Vastgoed Terminologie Definitielijst [A 1/2]

Aacht

Kruipgang bij Limburgse hoeven, die na een tiental meters uitmondt in een ruimte, waarin men rechtop kan staan en ook kan zitten.

Aanaarden

Met aarde of zand aanvullen rondom funderingsmetselwerk.

Aanbeeld (aambeeld)

Ijzeren smeedblok waarop een smid gloeiend metaal smeedt.

Aanbesteden

Een procedure waarbij een opdrachtgever een werk, dienst of middel in bij meerdere partijen aanvraagd, hiervoor een leidraad opsteld met gunningscriteria en de opdracht gund op de partij die de hoogste score haalt in de procedure.

Aanbesteder

De opdrachtgever (gunner van een opdracht) bij een aanbesteding.

Aanbesteding

Het gunnen van een werk tegen een bepaalde prijs en / of voorwaarden.

Aanbiedingsprijs

De prijs waarvoor de een inschrijver aanbiedt het werk uit te voeren (offerteprijs).

Aanbouw

Een ‘zelfstandig’ bouwwerk tegen een bestaand gebouw. Een aanbouw is niet direct toegankelijk vanuit het hoofdgebouw.

Aanbranden

Het aanbrengen van een aanbrandlaag.

Aanbrandlaag

Een dunne laag pure cement (cement met water) op een oppervlakte om een goede hechting te krijgen van de definitieve afwerklaag.

Aanbrandspecie

Mengsel van cement met water dat wordt gebruikt als impregneerlaag voor een definitieve afwerking.

Aandraagbak

Zie: speciekuip

Aandrijfas

Een as die de krachten overbrengt van de van een aandrijfmechanisme naar het aangedreven element.

Aandrijfmechanisme

De bron die aandrijvingsenergie levert.

Aandrukrol

Een kunststof roller met een hard kern voor het aandrukken van zware kwaliteiten behangbekleding.

Aangepaste woning

Woning die voor een specifiek gebruik wordt aangepast. Vaak m.b.t. minder vallieden.

Aanhechtingslengte

De lengte van het deel in de bout zonder schroefdraad.

Aanhechtspanning

De belastaarheid van wapening of een stek nadat deze is ingemijmd.

Aanhelen

Het aanvullen van een bestaande afwerking indien deze wordt (deels) wordt beschadigd bij een renovatie of indien deze dient te worden uitgebreid.

Aanhoeker

Schuin afgehakte dakpan ter plaatse van een hoekkeper of kilkeper.

Aankleven

Het vast komen zitten van stof, pluisjes en vuil gedurende de periode van drogen van de verf.

Aankrijten

Merken met krijt.

Aanleg

Het bezig zijn met het maken van een (civiele) constructie.

Aanlegbreedte

De berekende breedte van een fundering op staal.

Aanlegconstructie

Een constructie voor een aanlegvoorziening in een haven.

Aanlegdiepte

De diepte van de onderzijde van een constructie t.o.v. het maaiveld of een andere pijlmaat.

Aanleggen

Het beginnen van een bouwwerk door het leggen van de eerste laag stenen voor gemetselde funderingen van opgaande muren.

Aanlegkade

Kade die geschikt is om schepen op aan te legen.

Aanlegkosten

Kosten die worden gemaakt om een economisch te verwerven (koopsom plus bijkomende kosten).

Aanlegplaats

Een plek waar een vaartuig kan aanleggen.

Aanlegsteiger

Een horizontaal vlak met voorzieningen om vaartuigen aan te leggen.

Aanlengen

Verdunnen van een vloeibare materie.

Aanleunwoning

Woning waarin beperkt zorgbehoevende oudere zelfstandig kunnen wonen en gebruik kunnen maken van de diensten en facaliteiten van een nabijkegelen bejaardenhuis.

Aanloopkosten

Aanloopkosten zijn onderdeel van de bijkomende kosten conform NEN 2631. Aanloopkosten zijn kosten die gemaakt worden voordat het gebouw in gebruik kan worden genomen, bestaande uit o.a. de schoonmaakkosten na eerste oplevering, verhuis-, openings- en leegstandskosten.

Aanloper

Een verlengstuk van een dakspar.

Aanmaken

Het mengen van verf met oplosmiddel of pigment zodat deze gereed is voor gebruik.e

Aanmengen van verf

Het voor gebruik gereed maken van verf.

Aanneemsom

Som waarvoor men de uitvoering voor een werk, de levering van goederen aanneemt.

Aannemen

Het aangaan van de opdracht tot uitvoeren van een werk.

Aannemer

Persoon of onderneming die zich verbindt enige arbeid of leverantie op bepaalde voorwaarde uit te voeren.

Aannemersbedrijf

Zie: aannemer

Aannemersbegroting

Gedetailleerde kostenopstelling op basis van eenheidsprijzen, met het doel het werk volgens deze kostenopstelling uit te voeren. Deze begroting bestaat uit een inschrijf- en een werkbegroting. Deze werkbegroting dient voor de eigen kostenbewaking van de aannemer. De inschrijfbegroting is onderdeel van de prijsafspraak tussen opdrachtgever en aannemer. Ze is voor de opdrachtgever een belangrijk onderdeel van de totale projectkosten, voor de adviseurs een bevestiging of ontkenning van hun eigen inschatting (elementenraming) en voor de aannemers een inschatting van hun eigen kosten.

Aannemingsovereenkomst

De overeenkomst tussen de aannemer en de aanbesteder waarin is vermeld voor welk bedrag en voorwaarden (veelal vastgelegd in een bestek) de aannemer het werk uitvoerd.

Aannemingssom

Zie: aanneemsom

Aanpasbaar bouwen

Een bouwproject zo uitvoeren dat rekening wordt gehouden met het op termijn veranderen van de functie of geschikt te kunnen maken voor een specifieke functie (bijv. MIVA).

Aanpasbaar renoveren

Een pand zo wijzigen dat rekening wordt gehouden met het op termijn veranderen van de functie of geschikt te kunnen maken voor een specifieke functie (bijv. MIVA).

Aanpassing woning

Aanpassingen aan de woning die niet leiden tot een toename van het aantal m² BVO.

Aanplempen

Vergroten van een landoppervlak door materiaal in het water te storten totdat dit volledig is opgevuld.

Aanrazeren

Het aanvullen van de holten tussen de gewelfkappen met betonspecie of metselwerk.

Aanrecht

een blad dat zich bevindt in de keuken voor het bereiden van spijzen.

Aanslaan

Het hechten van een verf of lak op een ondergrond.

Aanslag

Het ongewenst hechten van vervuiling.

Aanslaglijst

Een lijst die aan een van de twee dubbele deuren of dubbele ramen is bevestigd indien er geen stijl tussen de deuren of ramen zit.

Aanslagsponning

Sponning waartegen een deur of raam sluit. De sponning kan worden voorzien van een extra geluid of tochtdichting.

Aanslibben

Het aanspoelen van materiaal en gronddeeltjes.

Aanslibbingskust

Kustvorm waarbij ophoping van door zeestromen of rivieren aangevoerd materiaal leidt tot aangroei van het land.

Aansluiten

Materialen met elkaar verbinden.

Aansluiting

Plaats waar de verbinding tot stand is gekmen.

Aansluitkast

Kast waarvanuit de hoofdverdeling van de aansluitingen plaats vindt.

Aansluitkosten

Kosten die gemaakt worden t.b.v. het tot stand brengen met openbare gas-, water-, elektriciteits-, telefoonnet of de centrale antenne-inrichting en de HWA- VWA aansluiting.

Aansluitpunt

Een plaats in een gebouw waar een verbinding (met elktra, verlichting, gas,water of afvoer) tot stand kan worden gebracht.

Aansluitstrip

Stip(je) waarop elektriciteitdraden op bevestigd kunnen worden tbv de verdeling.

Aansluitvorst

Zie: nokvorst

Aantasten

Het maken van een aantasting.

Aantasting

Een beschadiging, negatieve beinvloeding, corrosie, negatieve (chemische) reactie op een materiaal.

Aantrede

Het waterpas gelegen vlak van een traptrede.

Aantredediepte

De afstand tussen twee opeenvolgende stootborden of optreden.

Aanvaarhoofd

De beschermende paalconstructie t.p.v. een sluishoofd.

Aanvoer

het realiseren en een leverantie.

Aanvoerbuis

Een buis waardoor een vloeibare of gasvormige stof kan worden aangeleverd.

Aanvoerkanaal

Een luchtkanaal waardoor verse of geklimatiseerde lucht wordt aangeveerd.

Aanvoerleiding

Een leiding waardoor een vloeibare of gasvormige stof kan worden aangeleverd.

Aanvullen

Het aanvullen van een bouwput met grond.

Aanvullingsgrond

Grond die wordt gebruikt om een bouwput aan te vullen.

Aanwas

Aamgeslibtt matariaal.

Aanwaskust

Door aanspoeling tegen de oever ontstaan land.

Aanwerken

Zorgvuldig opsluiten in metselwerk (muurzijden van kozijnen e.d.).

Aanzanden

Met zand stevig maken.

Aanzanding

Zie: aanzanden

Aanzet, aanzetsteen

Geboorte of begin van een boog of van een gewelf; de eerste steen of laag boven de rechtstand, die al deel is van de kromming van de boog of de gewelfkap. Hieraan beantwoordt de aanzetvoeg, die onder een ongeveer rechte hoek op de druklijn van de boog komt te staan.

Aanzettrede

Eerste trede van een trap.

Aanzicht

Tekening met het zicht recht op het gebouw van een zijde.

Aanzuigen

Lucht of een andere gasvormige of vloeibare stof naar een bepaalde ruimte toetrekken door zuiging of ventilatie.

Aanzuighoogte

De hoogte waarnaar een machine een bepaalde stof kan aanzuigen.

Aanzuiging

Het aanzuigen.

Aardbeving

Schudden van de aarde door een verschuiving van stukken aardkorts.

Aardbevingbestendig

De mogelijkheid van een gebouw of constructie om een (zware) aardbeving te weerstaan.

Aardboor

Zie: grondboor

Aardcontact

Geleidend met de aarde verbonden zijn.

Aarddraad

Draad die in directe verbinding staat met de aardelektrode. Kleur: geel/groen.

Aardelektrode

De aardelektrode is de koperen buis die bij een woning in de grond is geslagen en ervoor zorgt dat stroom door “sluiting” naar de aarde afgevoerd wordt.

Aardgas

Fossiele brandstof met als hoofdbestandsdeel methaan. Per bron verschilt de eigenscah van aardgas, leveranciers mengen het gas en zorgen hierbij voor een gelijke wobbe-index.

Aarding

Het geleidend verbinden van de geleidende behuizing van een elektrisch apparaat aan aarde waarmee kan worden voorkomen dat er ongewenste elektrische spanning op het apparaat komt te staan.

Aardingsklem

Zie: aansluitstrip

Aardingspin

Zie: aardelektrode

Aardingsstrip

Zie: aansluitstrip

Aardleiding

Zie: aardelektrode

Aardlekschakelaar

Een schakelaar die de stroom automatisch uitschakelt bij gebreken van aangesloten elektrische apparaten. Een aardlekschakelaar werkt op appartaten die niet (correct) zijn geaard waarbij maximaal 30mA mag lekken.

Aardnet

Aarleiding / Aardelektrode. Geheel van aardleidingen voor potentiaal vereffening.

Aardsluiting

Een kortsluiting tussen geaarde en niet-geaarde delen van een elektrische installatie.

Aardstroom

Een elekrtische stroom in de aarde die wordt veroorzaakt de natuurlijke verschijnselen.

Aardvochtig

‘aardvochtig beton’ beschrijft het best welk verwerkingsgedrag deze betonspecie heeft, tamelijk droog dus.

Aardwarmte

De warmte in de aardlaag die kan worden benut voor de verwarming.

Abacus

Dekplaat van het kapiteel waarop de architraaf rust.

ABC akte

Akte of verkoopcontract waarbij een zaak wordt verkocht van partij A aan partij B en vervolgens direct wordt doorverkocht aan partij C. In de praktijk komt het er op neer dat partij C van partij A koopt waarbij B als tussenpersoon fungeerd. Bijv bij een ontwikkeling waarbij de ontwikkelaar de grond afneemd van de gemeente en deze direct (in delen) doorverkoopt aan de eindgebruiker.

Abrasie

Mechanische schuring op de oppervlakte van gesteente door een gletser, wind of water. De wrijving zorgt ervoor dat deeltjes los komen van de gesteente en afgevoerd worden door water.

Abrasie coefficient

de invloed van abrasie op een gesteente.

Abrasief

Het wegslijten van het oppervlak door mechanische beweging zoals wrijving, schrapen of erosie.

Abri

Een kleine niet afgesloten wachtruimte die beschutting biedt tegen wind en regen.

ABS

Een kenmerk waarmee wordt aangegeven dat het een goed temperatuur-bestendig materiaal betreft, dat wordt gebruikt in de bouw in afvoersystemen voor binnenshuis.

Absidiool

Absis op kleine grondslag.

Absis

Een halfronde, of veelhoekige, nisvormige ruimte aan een basilica, kerk of kathedraal.

Absiskalot

Bolvormig gewelf dat de absis afsluit (¼ bol).

Absolute vochtigheidsgraad

De hoeveelheid waterdamp in een bepaalde hoeveelheid lucht, uitgedrukt in gram water per m³ lucht.

Absolute zetting

Het in zijn geheel zakken van een pand of bouwwerk.

Absorberen

De mate waarin de ondergrond een aangebrachte vloerbare stof opzuigt.

Absorptie

Opzuigen van een vloeistof door de ondergrond.

Absorptieverlies

Het verliezen van de mogelijkheid een vloeistof op te zuigen.

Acanthus

Versiering van kapitelen in de vorm van de bladeren van de acanthus die sierlijk krullend zijn.

Acanthusblad

Een motief aan de bovenzijde van een klassieke zuil, afgeleid van de bladvorm Acanthus.

Accessie

Eigendomsverkrijging van een zaak die met een andere één geheel vormt of gaat vormen.

Acclimatiseren

Aan een andere omgeving wennen.

Accoladeboog

Boog in de vorm van een accolade (in het midden een puntige vorm).

Accuboorhamer

Draadloze boorhamer.

Accuboormachine

Draadloze boormachine.

Accuklopboor

Draadloze klopboormachine.

Accumulatie

Het opslaan van bijv. energie om dit in een later stadium weer te gerbuiken.

Accuschroefboormachine

Draadloze elektrische schroefmachine.

Accuschroevendraaier

Draadloze elektrische schroefmachine.

Acetyleen

Een verbinding van waterstof en koolstof met de samenstelling H2C2. In combinatie me zuurstorf wordt acetyleen gebruikt bij het snijbranden en homogeen lassen.

Acetyleenfles

Gasfles bestemd voor vulling met acetyleen.

Acetyleenkraan

Kraan op de acetyleenfles om de toevoer van het gas te regelen.

Achteraanzicht

Een technische tekening van een ontwerp, van de achterzijde bekeken.

Achterdeur

De deur aan de schterzijde van een gebouw welke niet wordt gebruikt als de hoofdtoegang.

Achtergevel

De gevel van een bepaald gebouw die aan de achterzijde zichtbaar is.

Achterhar

Onderdeel van een sluisdeur dat ervoor zorgt dat de deur t.p.v. de aanslag een waterdichte afsluiting krijgt.

Achterloopsheid

Zie: kwel

Achterstallig onderhoud

Onderhoud dat niet is uitgevoerd om het gebouw naar behoren te gebruiken.

Achterwaartse insnijding

Een methode in de landmeetkunde om de coördinaten te bepalen door enkel hoekmetingen te verrichten naar ten minste drie andere, in coördinaten bekende punten in het platte vlak.

Achterwerkers

Een lage kwaliteit baksteen die wordt gebruikt achter een andere baksteen of achter ander metselwerk.

Achtkantbout

Bout waarvan de vlakke zijden van de kop een achtkant vormt.

Achtkantmoer

Moer waarvan de vlakke zijden van de kop een achtkant vormt.

Acrylaat

Ook wel Plexiglas genoemd en is een stevige kunststof dat vaak doorzichtig, mat of met glans wordt gefabriceerd.

Acrylaatkit

Plastisch-elastische kit voor het opvullen van naden en aansluitvoegen. Acrylaatkit is enigszins elastisch waardoor deze kleine bewegingen kan opvangen. Na uitharding is de kit nog oplosbaar in water, indien gebruikt in natte omgeving dient de kit goed overschildert te worden.

Acrylaatverf

Oplosmiddelvrije, veelal watergedragen, verf.

Actieve gronddruk

De druk die wordt uitgeoefend op de zich in de grond bevindende constructies, bijv. op damwanden, keermuren en sluisdeuren.

Activiteitenschema

Schematische weergave van de activiteiten die er in een proces plaats dienen te vinden en de volgtijdelijkheid hiervan.

Adapter

Een vermogensomvormer om het elektrische vermogen op het juisten niveau voor gebruikt te krijgen.

Additief

Toegevoegde stof.

Ademen

Het waterdoorlaten van een materiaal.

Adhesie

De onderlinge aantrekkingskracht tussen ongelijke moleculen zonder dat er sprake is van een chemische binding.

Adhesief

Aard van adhesie, klevend, aanhangend.

Adiabatisch

Zonder warmteuitwisseling met de omgeving. Exotherm: een brandstof wordt verbrand zonder dat de warmte wordt afgestaan aan de omgeving, de temperatuur van het systeem neemt toe. Endotherm: de temperatuur van het systeem neemt af.

Adsorptie

Een stof uit een mengsel halen door middel van binding aan een vaste stof. De stof hecht zich aan het oppervlak van de vaste stof.

Aerodynamica

De wetenschap die de beweging van gassen beschrijft.

Aerodynamisch

Een geoptimaliseerde vorm die de luchtweerstand zo laag mogelijk houdt.

Afbakenen

De afbakening (grens, demarcatie, afscheiding) aangeven d.m.v. merktekens of markeringen.

Afbakening

Een begrenzing, demarcatie, grens of afscheiding.

Afbijten

Het wegnemen van een oude vervlaag m.b.v. een chemische stof.

Afbijtmiddel

Vloeistof die een chemische reactie kan veroorzaken waarmee een ander materiaal kan worden opgelost.

Afbladderen

Afschilferen van een (verf)laag omdat de hechting loslaat.

Afboeren

Het spontaan afbreken of afbrokkelen van materiaal.

Afbouw

De werkzaamheden binnen een bouwproject die plaatsvinden na de ruwbouw.

Afbraak

Het slopen van een gebouw.

Afbramen

Het verwijderen van splinters, deeltjes overtollig staal die op een scnijvlak zijn achtergeblen na het snijden, zagen of boren van staal.

Afbranden

Een methode om materiaal schoon te maken door een vlam overen een metalen plaat te bewegen.

Afbreekmesje

Een mesje dat in een houder geplaatst kan worden en waarmee het doro gebruik bot geworden gedeelte kan worden afgebroken.

Afdak

Een hangend of op stijlen rustend hellend dak tegen een gevel van een gebouw dat is bedoeld als gedeeltelijke beschutting.

Afdammen

Een water d.m.v. een dam afsluiten of insluiten.

Afdamming

Een dam aanbrengen.

Afdekband

Zie: afdeksteen

Afdekfolie

Een plastic folie t.b.v. het beschermen van materialen tijdens bouw- of schilderwerkzaamheden.

Afdekken

Het bedekken van bepaalde gedeelten van een ondergrond met een afdekmiddel zoals een folie of plastic. Veelal tbv de bescherming van de ondergrond.

Afdekking

Middel om mee af te dekken.

Afdeklat

Houten lat t.b.v. het esthetisch afwerken van een rand, sponning of dilletatie.

Afdeklijst

Zie: afdeksteen

Afdekmat

Flexibele mat voor het afdekken van de ondergrond van een ruimte om deze tegen beschadigingen te beschermen.

Afdekplaat

Zie: afdeksteen

Afdekplastic

Zie: afdekfolie

Afdeksteen

(Hard)stenen, betonnen of natuurstenen plaat die wordt gebruikt om de bovenzijde van een muurtje, borstwering o.i.d. af te dekken.

Afdektegel

Zie: afdeksteen

Afdichten

Het afdichten van sparingen, naden en kieren m.b.v. een afdichtingsmiddel.

Afdichtingsmiddel

Een veelal flexibel, elastisch, opschuimbaar of uitzetbaar materiaal, specifiek voor het luchtdicht, waterdicht of brandwerend afdichten.

Afdichtingspistool

Een handgereedschap waarmee een vloeibaar afdichtmiddel kan worden verwerkt (bijv. kitspuit, isolatiespuit).

Afdichtingsring

Ringvormig afdichtingsproduct van een elastischmateriaal om aansluitingen van ronden buizen of kanalen water- of luchtdicht af te sluiten.