Vastgoed Terminologie Definitielijst [W-Z]

Waaierboog

Boog bestaande uit verschillende kleine cirkelvormige segmenten.

Wand

Weinig zware afscheiding tussen vertrekken en andere woonruimten onderling alsook tussen deze en de buitenwereld. Primitieve wanden zijn inderdaad gevonden van vlechtwerk, dichtgemaakt met koemest, leem, plaggen enz., later en tegenwoordig meestal van hout (planken, schroten, schot- en paneelwerk) of van gepleisterde tengels en riet (Brabantse wand). Is de wand van zwaar materiaal gemaakt, zoals steen, dan noemt met hem liever muur. In het interieur geeft met echter ook aan de behangen, bespannen of betimmerde muur de naam van wand.

Wandcontactdoos

WCD of stopcontact.

Wandverwarming

Verwarming van de wand door het aanbrengen van folie, matten of kabels wat met behulp van water of elektriciteit wordt verwarmd.

Wang

Zijkant van een trap of dakkapel.

Wapening

Versterking van betonwerk met ijzeren roeden, vlechtwerk, gaas, teneinde trek- en schuifspanningen op te nemen.

Wapeningscorrosie

Aantasting van de wapening in beton door inwerking van zuurstof en water en/of chloriden(zouten).

Warm dak

Een dakconstructie waarbij de isolatie aan de buitenzijde van de constructie is aangebracht.

Warme gietbouw

In het werk vervaardigen van betoncasco’s voor de woning- en utiliteitsbouw, waarbij warmte wordt toegevoegd om de sterkteontwikkeling te versnellen.

Warme keuken

De keuken/ruimte waar warme gerechten door middel van bakken, braden, stomen, etc. bereid worden.

Warmte- en koudeopslag

Warmte isolatie-prestatie

De prestatie die wordt toegekend aan de eigenschappen van de constructies en de materialen om de warmte tussen twee zijden van de constructie tot een minimum te reduceren. In principe de kwaliteit van de thermische energie.

Warmtecapaciteit

Het vermogen van een materiaal om energie in de vorm van warmte op te slaan.

Warmtedistributie

Het deel van de installaties dat zorgt voor de distributie van de opgewekte warmte.

Warmtedoorgangscoëfficiënt

Geeft aan hoeveelheid warmte die door een constructie heen gaat bij een temperatuurverschil van 1 Kelvin. De eenheid is W/m2K en wordt aangeduid met de U-waarde of de K-waarde.

Warmte-edge

Term die het effect aanduidt van een koudebrug.

Warmtegeleidingscoëfficiënt

Geeft aan hoeveel warmte er stroomt door een materiaal met een dikte van 1m en een oppervlakte van 1 m2 bij een temperatuurverschil van 1 Kelvin. Aangeduid met symbool lambda.

Warmtekrachtkoppeling (WKK)

de gecombineerde opwekking in één proces, op basis van een brandstof, van warmte en elektriciteit (of mechanische energie), waarbij de warmte nuttig wordt gebruikt.

Warmteopwekking

Een apparaat die een energiemedium kan omzetten in warmte (bij een CV-ketel dat gas omzet in warmte).

Warmteovergangsweerstand

De warmteovergangsweerstand van lucht naar een materiaal (Rsi en Rse).

Warmtepomp

Bij een warmtepomp wordt een (groot) deel van het benodigde verwarmingsvermogen onttrokken uit omgevingswarmte (de “bron”).

Warmteterugwinning

Methode waarbij de warmte uit een afgevoerd medium wordt gebruikt ter voorverwarming van een toegevoerd medium.

Warmteweerstand

De hoeveelheid warmte die kan worden tegengehouden in een constructie (Rc-waarde) of in een laag (Rm-waarde).

Warmtewisselaar

Een apparaat dat warmte kan overbrengen van het ene medium naar een ander medium. Een warmtewisselaar wordt veelal gebruikt door warmte van een retourmedium te gebruiken om een ander medium mee te voorverwarmen.

Warmwatertoestel

Een voorziening voor verwarmen van tapwater of verwarmingswater.

Warmwatervoorziening

Een voorziening voor het verwarmen en de distributie van, voor menselijke hygiëne geschikt warm water.

Wasbeits

Een waterverdunbare beits met was.

Wasgelegenheid

Een ruimte waarin zich één of meer wastafels bevinden, die zijn aangesloten op de voorziening voor afvalwater en fecaliën en waarboven een kraan aanwezig is die is aangesloten op de voorziening voor drinkwater.

Waterabsorptie

Vrijwillige wateropname (opzuiging) door een materiaal via capillaire opzuiging.

Waterbeits

Een beits, waarin water is opgelost.

Wateren

Het langdurig in het water leggen van hout, teneinde de schadelijke minerale zouten eruit te verwijderen. Wordt ook gezegd van goed nat maken van steen voor het metselen.

Waterhardheid

Geeft de concentratie van metaal-ionen aan in het (leiding)water. Waterhardheid wordt uitgedruk in Duitse hardheid.

Waterhol

Smal halfrond hol langs de onderkant van uitstekende delen van een gevel, zoals dorpels en waterlijsten.

Waterinrichting

Het gedeelte van het terrein dat wordt ingericht t.b.v. waterberging.

Waterleiding

Een voorziening voor de distributie van water.

Waterleidingfitter

zie: loodgieter

Watermeter

Meter die registreerd hoeveel water er wordt verbruikt.

Waterpas

Een optisch appataay waarmee een horizontaal vlak gerealiseerd kan worden.

Waterslag

zie: raamdorpel

WBDBO

Begrip uit een NEN norm en afkorting van Weerstand tegen Brand- Doorslag en Brand-Overslag.

WCD

Wandcontactdoos

Welfsel

Halfrond metselwerk tussen de dragende balken van een plafond.

Welstandstoezicht

Beoordeling uit esthetisch oogpunt van aanvragen voor een bouwvergunning. Deze beoordeling vindt meestal plaats door een onafhankelijke commissie van deskundigen, die aan het college van burgemeester en wethouders adviseert. In 1912 nam de gemeente Laren (Noord-Holland) als eerst in Nederland een welstandsbepaling in de bouwverordening op en stelde een welstandscommissie in. Pas na de tweede wereldoorlog werd welstandstoezicht een algemeen aanvaard principe.

Welstuk

Bovenste trede van de trap.

Wenkbrauw

Uitkragende decoratieve band aan de bovenzijde van een deur of venster in metselwerk of gepleisterd.

Werkbegroting

Begroting die in de fase van de werkvoorbereiding van een bouwproject wordt gemaakt, voor de uitvoering van het werk, inbegrepen de logistiek activiteiten.

Werktekening

Nauwkeurige tekening van de samenstelling en afmetingen van een constructie.

Werkvoorbereiding

Het bepalen van de wijze waarop een werk moet worden gemaakt.

Westwerk

Versterkt torenachtig blok ten westen van het schip van een kerk in de romaanse architectuur. Vaak bevat dit gedeelte een westkoor.

Wetsteen

Steentje waarme u de braam van een beitel kan verwijderen.

Windelsteeghere

Een wenteltrap.

Windveer

Houten plank die tegen de buitenste rij pannen van het dak wordt geplaatst om afwaaien te voorkomen.

Windverband

Een stabiliteitsverband om een constructie dat op zichtzelf niet stabiel is stijf te maken.

Winkelfunctie

Gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten.

Winkelhaak

Een winkelhaak wordt gebruikt voor het afschrijven of controleren van haakse hoeken.

Winkel/Horecafunctie

Gebouwen met een functionele bestemming betrekking hebbend op het voeren van een bedrijf voor het verkopen van goederen en / of levensmiddelen aan particulieren.

Winst

Winst is de opbrengst minus de bestede kosten.

Winst

De opbrengst minus de bestede kosten

Wit cement

Speciaal cement met een witte in plaats van de gebruikelijke grijze kleur.

Witpleisterwerk

Dunne laag specie – een mengsel van kalk en gis – die op muren wordt aangebracht om deze vlak en glad te maken.

WKK

Warmtekrachtkoppeling

WKO

warmte-koude-opslag

Wobbe-index

Een maat voor de uitwisselbaarheid van verschillende gassen op een bepaalde brander. Gassen met eenzelfde Wobbe-index geven eenzelfde thermisch vermogen op een gegeven brander.

Wolfeind

Afgeknot dakvlak aan korte zijde van een dak.

Wolfendak

Dak met een wolfeind.

Wolfskuil

Vetvangputje of bezinkputje in een vloer.

Woonfunctie

Gebruiksfunctie voor het wonen.

Woongebouw

Gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin twee of meer woonfuncties liggen, die zijn aangewezen op een of meer gemeenschappelijke verkeersroutes.

Woongebouw

Een gebouw waarin twee of meer woningen zijn gelegen die zijn te bereiken door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimte.

Woonkeet

Een loods, keet of ander soorgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid.

Woonkeur

Woonkeur is het nieuwe certificaat voor nieuwbouwwoningen. Het certificaat kan worden afgegeven aan nieuwbouwwoningen met ruim voldoende woontechnische kwaliteit b.v. op het gebied van gebruik, inbraak- en sociale veiligheid, valveiligheid, toegankelijkheid en flexibiliteit.

Woonwagen

Voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

Wormwiel

Zie: schroef van Archimedes

WTW

Warmteterugwinning

Xella

Fabrikant van cellenbeton (Ytong), kalkzandsteen (silka) en droogbouwsystemen (fermacell).

YMvK

Soort Elektriciteitskabel. wordt gebruikt in vaste aanleg en in bovengrondse laagspanningsinstallaties en kan worden toegepast in alle ruimtes. Wordt toegepast indien er hoge eisen worden gesteld aan brnadveiligheid of als er tijdelijk een hogere stroombelasting kan potreden.

Ytong

Merknaam van cellenbetonblokken.

Zaagdak

Meerdere zadeldakken achter elkaar geplaatst met twee verschillende dakhellingen. In de steilste dakvlakken wordt meestal glas aangebracht. Synoniem: sheddak.

Zaagmachine

Een stationaire cirkel of lintzaag voor het zagen van verschillende materialen, meestal hout en metaal.

Zaalkerk

Eenbeukig, rechthoekig kerkgebouw.

Zadeldak

Dak van een gebouw in de vorm van twee hellende dakvlakken die aan de bovenkant samenkomen in een nok.

Zadeldak

Opgaand dak met twee schuine zijden of dakvlakken.

Zakgoot

Brede en diepe goot tussen twee verschillende dakschilden.

Zakker

Druppel die het resultaat is van een te dik aangebrachte verflaag.

Zaling

De gootconstructie aan de ‘hoge’ kant van een dakdoorbreking ( b.v. schoorsteen ) in een dakschild. Ook wel zalinggoot genoemd.

Zand-cement

het begrip zand-cement wordt gebruikt voor mortels die (vrijwel) uitsluitend uit zand en cement bestaan. De meest bekende toepassingen zijn zand-cement dekvloeren en zand-cement stabilisaties.

Zandcement

Een mengsel van zand, cement en water.

Zeer Open Asfaltbeton

Gebruikt voor meer dan 80 % van het autosnelwegennet. Voorkomt door de open structuur (waterdoorlatend) plasvorming. Spat- en stuifwater worden daardoor voorkomen waarmee het zicht voor de weggebruiker goed blijft.

Zelfverdichtend beton

Beton waarbij de betonspecie zeer vloeibaar is onder de eigen soortelijke massa.

Zetbank

Een pers waarmee de randen van platen in een bepaalde kunnen worden gebogen (gezet).

Zetmaat

Methode om de verwerkbaarheid van betonspecie te bepalen.

Zetting

Tot rust komen van vers metselwerk, vast raken van een boog of een gewelf door het hard worden van de specie en de steviger verbinding van het materiaal.

Zettingsscheur

Scheurvorming in vers gestort beton, veroorzaakt door sedimentatie of vervorming van de bekisting.

Zichtbeton

Beton dan in het zicht blijft.

Zijbeuk

Deel van een kerk of een vergelijkbare ruimte, evenwijdig aan het middenschip en ervan gescheiden door zuilenrij of in sommige gevallen door een wand.

Zijbeuk

Evenwijdige ruimte aan weerszijden van het schip van een kerk, wordt/werd veel gebruikt voor processies in de kerk, vaak bevinden zich hier kapelletjes, en ook kan men hier vaak de kruiswegstaties aantreffen.

Zijgevel

De gevel van een gebouw die aan de zijkant zichtbaar is.

ZOAB

Zeer Open Asfaltbeton

Zoad

zie: graszode

Zoeten

Natuursteenbewerking, volgend op het schuren, waarbij met een mengsel van rauwe en gekookte lijnolie het vlak wordt nageschuurd. Het oppervlak van de hardsteen, dat meestal deze bewerking ondergaat, wordt donkerder en dieper van kleur.

Zoetschaaf

Ander woord voor vlakschaaf, een schaaf die niet diep schaaft maar alleen afvlakt.

Zonneboiler

Verwarmingsinstallatie waarmee er met behulp van zonlicht water wordt verwarmd.

Zonnecollector

Met een zonnepaneel of -collector kunt u zelf energie opwekken. Met een zonnepaneel wordt elektriciteit opgewekt uit daglicht. Met een zonnecollector wordt warmte opgewekt die kan worden gebruikt voor het verwarmen van water.

Zonnepaneel

Een paneel waarin fotovoltaïsche cellen licht van de zon omzetten in elektriciteit.

Zonwerende laag

Een zonwerende laag zorgt ervoor dat er zo min mogelijk zonlicht wordt geabsorbeerd en dus weer wordt afgeketst.

Zoom

Buitenrand van een dakbedekking van metaal.

Zorg-/gezondheidsfunctie

Gebouwen met een functionele bestemming betrekking hebbend op de gezondheidszorg.

ZTA

Zontoetredingsfactor (ZTA-waarde) van een raam of beglazingssysteem geeft de verhouding tussen de binnenkomende en de opvallende zonnestraling

Zuil

Kolom of drager gevormd door een schacht met een ronde doorsnede, die meestal wordt gedragen door een basement en bekroond door een kapiteel.

Zuilenrij

zie: colonnade

Zuuraantasting

Aantasting van beton als gevolg van de inwerking van zuren.

Zwaaihaak

Gereedschap voor het afschrijven of overnemen van willekeurige hoeken.

Zwaar beton

Beton met een volumieke massa groter dan 2600 kg/m³.

Zwaluwstaart

Houtverbinding in de vorm van een zwaluwstaart.

Zwaluwstaartplaten

stalen platen met in doorsnee een zwaluwstaartprofiel die over het algemeen wordt gebruikt als onderzijde van bekisting van een betonvloer.

Zware toeslagmaterialen

Toeslagmaterialen met een hoge volumieke massa (doorgaans > 3000 kg/m³), gebruikt voor de vervaardiging van zwaar beton.

Zwavelzuuraantasting

Aantasting van beton als gevolg van de inwerking van zwavelzuur.

Zweihaak

Zie: zwaaihaak.

0-draad

zie: nuldraad

120/230-voltcircuit

De standaard electrisch circuit met een wisselspanning tussen de fase en nul van 120 Volt (Algemeen voorkomend in Noord-Amerika) of 230V (Algemeen voorkomend in Europa.

240/400-voltcircuit

De standaard electrisch circuit met een wisselspanning tussen de fasen van 240 Volt (Algemeen voorkomend in Noord-Amerika) of 400V (Algemeen voorkomend in Europa.

45 graden-knie

Koppelstuk in een loodgietersinstallatie met een bocht van 45 graden