Vastgoedterminologie Definitielijst [U-V]

Meer vastgoedterminologie

Meer vastgoedtermen zijn te vinden op:

Uilenbord

Klein driehoekig bord op de samenkomst van drie dakvlakken in boerenschuren. In het uilenbord bevindt zich een luchtgat waar uilen in en uit kunnen vliegen. Synoniem: ulebord, oelebord.

Uit het lood

Niet loodrecht.

Uitbloeding

Uitslag van zout in het metselwerk.

Uitbloeding

Uitslag van zout in metselwerk.

Uitdrogingskrimp

Vormverandering (verkorting) van beton door uitdroging .

Uitgangspunten

Aannames die in de beginfase worden vastgesteld. Als het project op basis van de aannames niet haalbaar is, moeten de uitgangspunten worden bijgesteld.

Uitkraging

Een in metselwerk geleidelijk verlopende overstek.

Uitslag

Tekening van een bouwdeel zoals trap, gewelf of kapconstructie in het platte vlak op een schot, waarnaar de onderdelen nauwkeurig kunnen worden gemaakt, eventueel met behulp van een naar de uitslag gemaakt -> mal.

Uitsnijden

zie: beitelen

Uitsteken

zie: beitelen

Uitvloeimaat

Maat voor de vloeibaarheid van (zeer vloeibare) betonspecie.

Uitvoerbaarheid

zie: bewerkbaarheid

Uitvoerder

Medewerker van het bouwbedrijf die belast is met de dagelijkse leiding op de bouwplaats.

Uitvoering

Het proces van het tot stand brengen van bouwdelen, totdat het bouwwerk gerealiseerd is.

Uitwendige reductiefactor (Cu)

Factor, waarmee de oppervlakte van de doorlaat van een daglichtopeningen die zich in een inwendige scheidingsconstructie bevindt moet worden vermenigdvuldigd om deze te corrigeren voor de invloed van een voor de daglichtopening aanwezige buitenschil.

Uitwendige scheidingsconstructie

Constructie die de scheiding vormt tussen een voor mensen toegankelijke besloten ruimte van een gebouw en de buitenlucht, de grond of het water, waaronder begrepen de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voorzover die delen van invloed zijn op het voldoen van die scheidingsconstructie aan een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift.

Uitwendige scheidingsconstructie

Een constructie die de scheiding vormt tussen een voor mensen toegankelijke besloten ruimtedefruimte van een gebouw en de buitenlucht, de grond of het water, waaronder inbegrepen de op die constructie aansluitende delen van andere constructies.

Uitzetten

Het nauwkeurig uitzetten van basispunten met behulp van moderne landmeetkundige apparatuur.

Uitzettingscoëfficient

De mate waarin een materiaal uitzet of krimpt bij temperatuurveranderingen, uitgedrukt per °C.

Underlayment

Glad plaatmateriaal met een fineerlaag.

Utrechtse Brug

Brug met boven en beneden een loopvlak waarmee zowel de bel-etage als het souterrain van een omgracht huis direct toegankelijk is.

Uurtarief

Kosten per uur voor het verlenen van diensten.

Uurtarief

Het te hanteren bedrag per uur voor het verrichten van werkzaamheden.

UV-transmissie

Percentage van het UV-licht, dat direct wordt doorgelaten door het glas.

U-waarde

Hoeveelheid warmte die door een vierkante meter constructie heen gaat bij een temperatuurverschil van 1 Kelvin.

Vakwerk

Constructie waarbij balken en staven, volgens een stelsel van rechthoeken en/of driehoeken, aan de uiteinden en/of kruiselings (kruishouten, schoren) verbonden worden tot een onwrikbaar geheel. Zowel toegepast voor wanden (vakwerkbouw) als voor draagconstructies (vakwerkligger )Een moderne toepassing is het ruimtevakwerk, zoals de dakconstructie van de nieuwe RAI-hallen in Amsterdam (1981).

Vakwerkligger

Een constructieve overspanning samengesteld uit staven die meerdere aaneengesloten driehoeken vormen.

Valdorpel

Een deurafsluiter die zich onzichtbaar in de onderzijde van de deur van de deur bevindt.

Vallicht

Raam aangebracht in het dakvlak waardoor meer licht valt op de gang of op de trap.

Varken

Zie Kiellaag.

Varkensrug

langwerpige halfcilindrische betonnen vorm boven het wegdek uitsteekt waarmee parkeerplaatsen of het wegdek worden gescheiden.

Vaste binding

Snelle opstijving van beton, veroorzaakt door een reactie van halfhydraat (CaSO4.½H2O) uit het cement met water waardoor gipskristallen worden gevormd.

Vaste inrichting

Kosten van de inrichting van een gebouw die nagelvast aan het gebouw wordt bevestigd. Hieronder worden verstaan: balies, keukens e.d.

Vaste sanitaire voorzieningen

Sanitaire meubels die vast zitten aan het bouwwwerk.

Vastveldraam

Een raam dat niet open kan.

Veegvast

Muurverf op basis van kalk en water.

Veelpas

Motief van meerdere cirkels die geheel omsloten is.

Veer en groef

zie: Messing en groef

Veiligheidstrappenhuis

Trappenhuis waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, en dat in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet-besloten ruimte.

Veiligheidstrappenhuis

Een verkeersruimte waarin een trap is gelegen waarover een vluchtweg voert, welke ruimte in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet besloten ruimte.

Velling

Afschuining, afsnuiting van een balkhoek, een dorpel enz., meestal onder een hoek van 45 graden.

Ventilatie

Ventilatie of het ventileren van een ruimte zorg ervoor dat de oude lucht wordt vervangen met nieuwe lucht.

Veranda

Een aanbouw met een slechts een afdak steunend op houten palen.

Verband

Verbinding, samenvoeging van bouwdelen tot een onwrikbare, bij houtbouw ook wel enigszins minder vaste samenstelling. Ook: metselverband.

Verblendsteen

Strengperssteen van fijn klei met doorlopende grote gaten in de hoogte van de steen. Verblendsteen wordt meestal uitgevoerd in heldere kleuren zoals geel, rood, wit en vaak geglazuurd. Toepassing voor siermetselwerk in minder glad en nauwkeurig uitgevoerd metselwerk.

Verblijfsgebied

Definitie: Gedeelte van een gebruiksfunctie met ten minste een verblijfsruimte, bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimten anders dan een toiletruimte, een badruimte, een technische ruimte of een verkeersruimte.

Verblijfsgebied

Een besloten ruimte, bestaande uit een of meer met elkaar in verbinding staande, op dezelfde bouwlaag gelegen verblijfsruimten en andere afzonderlijke ruimten, anders dan een toilet- of badruimte, technische ruimte of gemeenschappelijke verkeersruimte.

Verblijfsruimte

Ruimte in een bouwwerk waarin de kenmerkende activiteiten plaatsvinden van de functie van het bouwwerk. Aan een verblijfsruimte worden vanuit het Bouwbesluit technische eisen gesteld zoals daglichttoetreding, ventilatie, bruikbaarheid, enz.

Verblijfsruimte

Een besloten ruimte bestemd voor het verblijven van mensen.

Verbrandingsgraad

De bepaalde temperatuur die nodig is om een product of een brandstof te kunnen verbranden.

Verbrandingsluchttoevoer

Een voorziening voor het aanvoeren van verse lucht, om verbranding zo goed mogelijk te laten verlopen.

Verbrandingsruimte

Een werkkamer motor waarbij warmte wordt verkregen door een bepaalde brandstof te verwarmen.

Verbrandingstoestel

Een toestel dat gebruik maakt van verbranding voor het opwekken van warmte.

Verdichten van betonspecie

Verdrijven van de ingesloten lucht uit betonspecie door middel van (tril)energie, waardoor de betonspecie een dichte structuur verkrijgt.

Verdieping

zie: bouwlaag

Verdrag van Malta

Verdrag dat de omgang met het Europees archeologisch erfgoed vastlegd.

Verduurzamen

Conserveren van hout om het te beschermen tegen aantasting.

Verfbestek

Omschrijving van het uit te voeren schilderwerk, bijvoorbeeld te gebruiken verfsoorten en de volgorde waarin geschilderd wordt.

Verglaasde steen

Zie: glazuursteen

Verglazen

zie: beglazing

Verhard

zie: bestraat

Verhardingsbeheersing

Werkwijze of proces waarbij de temperatuur- en sterkteontwikkeling van beton in een constructie kan worden voorspeld (d.m.v. een rekenmodel) en beheerst.

Verhardingskrimp

De (interne) volumevermindering als gevolg van de reactie van cement en water.

Verholen goot

Onder de dakbedekking liggende en derhalve vrijwel onzichtbare goot.

Verkeersroute

Route die begint bij een toegang van een ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt bij de toegang van een andere ruimte.

Verkeersruimte

Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte;

Verkeersruimte

Een ruimte van een bouwwerk bestemd voor het bereiken van een andere, van het bouwwerk deel uitmakende ruimte.

Verkennend bodemonderzoek

Onderzoek of dat de bodem verontreinigd is. Sinds 1992 is bodemonderzoek in de meeste gevallen verplicht bij het aanvragen van een bouwvergunning. Ook wel schoongrond verklaring of verkennend bodemonderzoek genoemd. Het onderzoek moet voldoen aan de NEN 5740, NVN 5725 en NEN 5707.

Verkenning

(Timmermansterm) Smal randje van een sponning, dat ontstaat door het iets terug liggen van een deur of raam ten opzichte van de koplat en het belegstuk van de kozijnomlijsting.

Verlichtingsinstallatie

Een installatie die is aangesloten op de voorziening voor elektriciteit, vanaf het aansluitpunt tot en met de verlichtingsarmatuur.

Verlijmingskit

Elastische kit die wordt gebruikt voor het verlijmen van materialen. Verlijmingskitten zijn zeer sterk en kunnen zelfs worden gebruikt in de vliegtuigindustie.

Vermetguts

Een steekbeitel met gebogen blad waarbij de vouw aan de bolle zijde is geslepen.

Vermogensfactor

De verhouding tussen werkelijk vermogen en schijnbaar vermogen in een wisselspanning-installatie.

Vernis

Lak, glansstof.

Verplaatsbare woningen

Gebouwen met een woonfunctie die niet verbonden zijn aan de grond.

Versneller

Een hulpstof die de (hydratatie-)reactie van cement en water versnelt.

Verstek

In een hoek van 45 graden.

Verstekhaak

Met een verstekhaak kunnen we hoeken van 45 en 135 graden aftekenen of contoleren. Een verstekhaak wordt toegepast voor het aftekenen van lijstwerken en profielen bij ramen en deuren.

Verstekzaag

Zaag voor het afkorten van hout onder verschillende hoeken.

Verticale ladderbaan

Brede open kabelgoot voor de hoofverdeling van de bekabeling. Ladderbanen worden voornamelijk toegepast in schachten of installatieruimten

Vertrager

Een hulpstof die de (hydratatie-)reactie van cement en water vertraagt.

Verwerkbaarheid

zie: bewerkbaarheid

Verzekeringen

De verzekeringen bij een bouwproject die een onderdeel vormen van de bijkomende kosten conform NEN 2631.

Verzilveren

Bewerking waarbij een metalen reflecterende laag op het glas wordt aangebracht om een spiegel te verkrijgen.

Vesseltest

beproevingsmethode om het vloeigedrag en vulgedrag van zelfverdichtend beton te beoordelen

Vestibule

hal

Vide

Een open ruimte die over twee of meerdere verdiepingen doorgaat.

Vierblad

Motief van vier cirkels met puntige uiteinden die als geheel omsloten is.

Vierendeelligger

Een vorm van de vakwerkligger opgebouwd uit rechthoeken, zonder diagonalen.

Viering

Ruimte waar in een schip, koor en transept elkaar snijden.

Viering

Het gedeelte van een kerk of kathedraal waar dwars- en langsschip elkaar kruisen. Wordt ook wel kruising genoemd.

Vieringtoren

Vaak wordt de viering bekroond met een vieringtoren. Als het gewelf wordt open gemaakt kan het daglicht via de ramen van de toren in het interieur van de kerk binnendringen.

Vierpas

Motief van vier cirkels die geheel omsloten is.

Viersnuit

Motief van vier visblazen in een cirkel.

Vijfsnuit

Motief van vijf visblazen in een cirkel.

Visbek

Houtverbinding door middel van messing- en groef.

Visblaas

Sierlijk motief van een ronde tracering die aan een kant puntig toeloopt.

Viscositeit

Graad van vloeibaarheid van een vloeistof.

Visgraatbalk

zie: keper

Vlakbank

Werktuig om hout aan één zijde mechanisch te schaven

Vlakke plaatvloer IHW

Traditionele vlakke vloer die op een bekisting wordt gestort.

Vlechting

Zie: boerenvlechting.

Vlechtverband

Zie: keperverband

Vledder

Behangborstel.

Vleugel

Het te openen deel van een kozijn.

Vleugelvloer

Hybride vloerconstructie, die bestaat uit een combinatie van de kanaalplaatvloer en de bekistingsplaatvloer.

Vliering

Extra ruimte die is gemaakt in het bovenste gedelte van de kap.

Vliering

De ruimte boven de hanenbalk van een dakconstructie.

Vliesgevel

Een gevel die vóór de draagconstructie is aangebracht.

Vlijlaag

Niet met mortel gemetselde laag van stenen op hun plat, als onderlaag voor een weg, een vloer, een muur, een fundering op -> staal; (primitiever) van gestampte en geëffende leem, klei, grint.

Vlinder

Hulpmiddel bij het uitzetten en metselen van een ellipsboog

Vloeiing

De mate waarin een verf vloeit.

Vloeistofdichtheid (betonconstructie)

Een betonconstructie wordt als vloeistofdicht beschouwd wanneer - gedurende de levensduur van de constructie - het indringingsfront van een vloeistof de niet met vloeistof belaste zijde van de constructie niet bereikt.

Vloer

Een horizontaal vlak met een breedte van ten minste 500 mm en met een vrije hoogte boven de vloer van ten minste 1,5 meter dat onder normale omstandigheden betreedbaar is voor mensen.

Vloerafscheiding

Een afscheiding aan de randen van een (dak)vloer ter voorkoming van het van die vloer kunnen vallen en dienende als steunpunt voor personenverkeer

Vloeren

De verzameling van constructieve en niet-constructieve vloeren inclusief galerijvloeren, balkons en bordessen.

Vloerveer

Een hydraulische veer, die in de vloer gemonteerd wordt. De hardglazen deur blijft op 90 ° staan. De vloerveer is traploos in te stellen, waardoor de deur automatisch in de 0 stand terug komt.

Vlucht

Het geheel tussen de twee niveaus bij een trap die onderbroken wordt door bordessen en op vlucht bouwen: een gevel bewust uit het lood zetten.

Vluchtmogelijkheid

Een van rook gevrijwaarde route, uitsluitend voerend over een of meer vloeren, trappen of hellingbanen, langs welke route het aansluitende terrein kan worden bereikt zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend.

Vluchtrouteverlichting

Dat gedeelte van de noodevacuatie verlichting om de vluchtmogelijkheden effectief te herkennen en deze op een veilige manier te gebruiken.

Vluchttrappenhuis

Trappenhuis waardoor een rookvrije vluchtroute voert.

Vluchtweg

Een van brand gevrijwaarde vluchtmogelijkheid die uitsluitend door een of meer verkeersruimten voert

Vluchtwegaanduiding

Een voorziening voor geleiding van vluchtende verkeersstromen.

Vluchtwegsignalering

Een duidelijke en herkenbare vluchtwegaanduiding teneinde de kortst mogelijke vluchtweg te tonen.

Vluchtwegverlichting

Verlichting dat, bij het wegvallen van de netspanning, de vluchtwegen voldoende verlicht teneinde obstakels in de vluchtweg te herkenen en een veilig gebruik van de vluchtweg mogelijk maakt.

VMvK

Elektriciteitdskabel voor toepassing kabels in zicht.

Vochtwering

Verzamelnaam voor verschillende soorten vochtwering.

Voet

zie: geboorte

Vogelschroot

Plank aan de onderzijde van een pannendak, waarvan de bovenlijn de gegolfde onderlijn van de pannen volgt. Op deze wijze wordt voorkomen dat vogels onder de pannen kruipen om er te nestelen.

Vol en zat

Metselwerk waarbij de stenen rondom ruim in de specie zitten.

Volledige sloop

Volledige sloop van een bouwwerk inclusief het verwijderen van de fundering, inclusief de afvoer van de materialen.

Volumieke Massa

Massa (gewicht) per volume-eenheid.

Volumieke massa

De massa per volume van een materiaal.

Voluut

Spiraal- krul- of kruisvormige versiering, veelal gebruikt ter versiering van kapitelen in de Griekse bouwkunst. Ook op topgevels.

Voluutkapiteel

Een type kapiteel van de klassieke bouwkunst.

Voorbereidings- en begeleidingskosten

Een onderdeel van de bijkomende kosten conform NEN 2631 bestaande uit de kosten voor de adviseurs en toezichthouders tijdens voorbereiding- en uitvoering van een project.

Voorgevel

De gevel van een gebouw die aan de straatkant zichtbaar is.

Voorgevel

zie: buitenmuur

Voorhamer

Een moker met een lange steel.

Voorlopig ontwerp

Het ontwerp dat onderhevig blijft aan wijzigingen overeenkomstig de wensen van de opdrachtgever tot dit ontwerp door de opdrachtgever is aanvaard.

Voorlopig-ontwerpbegroting (VO-begroting)

Begroting die in de fase van het voorlopige ontwerp van een bouwproject op basis van kostenkengetallen wordt gemaakt.

Voorschot

Houten bekleding van het bovendeel van een gevel zoals in de Zaanstreek gebruikelijk is.

Voorstrijkmiddel

zie: primer

Vormbaksteen

Baksteen met vijf bezande kanten en één afgesneden vlak. Wordt machinaal gevormd in vormbakken.

Vormeling

Een baksteen die nog gebakken moet worden.

Vormfactor

Verhouding tussen hoeveelheden waarmee verschillende typen bouwwerken kunnen worden vergeleken. Vormfactoren worden veelal als controlemiddel gebruikt voor het object dat is ontworpen.

Vorst

De afwerking bij een pannendak van de nok ter plaatse van de ruiter dat aan weerszijden aan op de bovenste rij pannen.

Vorsthaak

Een haak waarmee de vorstpan wordt vastgezet zodat deze niet af kan waaien.

Vriescel

Geisoleerde (incl. vloer) ruimte dat wordt gekoeld tot onder het vriespunt voor het opslaan van versproducten.

Vrijdragende verdiepingsvloer

Een verdiepingsvloer die niet volledig wordt ondersteund.

Vrijloop

Een cilinder (van een slot) die kan draaien zonder dat er een sleutel in het slot (in de cilinder) zit.

Vrijstaande woningen

Grondgebonden woning die niet gekoppeld is aan een ander gebouw.

Vuil metselwerk

Metselwerk dat later onzichtbaar wordt door de opgebrachte afwerklaag.

Vuilwerk

Metselwerk of betonsteen waarvan het oppervlak later aan het zicht onttrokken wordt.

Vuist

Zie: moker.

Vulling van vakwerk

zie: betimmering

Vulstof

inerte (minerale) dan wel puzzolane of (latent) hydraulische stof waarmee de ruimten tussen de toeslagstoffen worden gevuld.